Over Kameroen

Geschiedenis

Kameroen in cijfers

Het voormalige Franse en Britse Kameroen werden in 1961 verenigd en later werd de Republiek Kameroen uitgeroepen. Sindsdien heeft Kameroen een periode van betrekkelijke rust en stabiliteit gekend.

Dit heeft geleid tot een gestage ontwikkeling van de landbouw, de aanleg van goede wegen en spoorlijnen en een grote petroleumindustrie. Ondanks een langzame weg naar democratische hervormingen blijft de macht sinds 1982 stevig in de handen van president Paul Biya. Een van de problemen in Kameroen is de aanhoudende corruptie. Niet alleen op regeringsniveau maar in alle lagen van de samenleving.

Economie

De aanwezigheid van olie en goede omstandigheden voor landbouw zorgen ervoor dat Kameroen een van de succesvolste economieën in de Sub-Sahara is. De afhankelijkheid van de wereldolie- en cacaoprijs maakt de Kameroenese economie echter kwetsbaar.

Kameroen heeft een ongunstig ondernemersklimaat en lijdt onder een topzwaar ambtenarenapparaat. De Wereldbank en het IMF hebben vanaf 1990 stimuleringsprogramma’s geïnitieerd. Voor deze instellingen gaan de hervormingen in Kameroen echter veel te langzaam.

In februari 2008 had Kameroen te maken met gewelddadige onlusten en rellen. De protesten waren een reactie op de voorgenomen grondwetswijziging, die een onbeperkte herverkiezing van Biya mogelijk moest maken, de gestegen brandstofprijzen en in het algemeen de hoge prijzen van voedsel. De demonstranten eisten een verlaging van de prijzen van voedsel en benzine. Een belangrijke oorzaak van de stijgende voedselprijzen is volgens economen de combinatie van een groeiende vraag naar brandstof en een groeiend aantal consumenten. Dat maakt voedselproductie en -distributie duurder.

Etnische groepen

In Kameroen leven meer dan 230 etnische groepen. Het is, meer dan andere Afrikaanse landen, een “veelvolkerenstaat”. Alle hebben ze een eigen dialect.

De voornaamste bevolkingsgroepen zijn:

  • De Fulbe, de Haussa en de noordelijke bergvolkeren;
  • De vroegere Tikar die zijn opgegaan in de Bamoun, de Bamiléké en de Bafut in het noordwesten;
  • De Bantouvolkeren (Douala, Bakoko en Basso) en de Pahouin (Fang, Beti en Bulu) in het centrum en het zuiden;
  • De Pygmeeën in het zuidelijke regenwoud.

Natuur

Kameroen wordt ook wel “Petite Afrique” of “Klein Afrika” genoemd. Dit omdat binnen het land bijna alle denkbare Afrikaanse natuursoorten te vinden zijn: tropisch regenwoud in het zuidoosten, bergen in het westen Savanne in het midden, en in het Noorden Sahel en Woestijngebieden.